naar het vorige artikel naar het volgende artikel
Jo Deben, mannelijke vroedvrouw en als dusdanig een witte raaf in de witte wereld, werkt niet alleen in het Geboorte-informatiecentrum, maar ook in het UZ Gasthuisberg in Leuven. Daar werd hij door De Standaard Magazine geïnterviewd; het artikel "Man tussen vrouwen" was te lezen in de uitgave van 1 maart 2008.
 
 

'Al ooit gehoord van een timmervrouw of een burgermoeder? Wel, ook een vroedman bestaat niet', zegt Jo Deben, 48 en professionele vroedvrouw. 'Een paar kan in de bevallingskamer zo gestrest zijn dat ze helemaal van slag zouden raken als ik me als de vroedman van dienst voorstel. Geen gedoe dus: ik ben Jo, de vroedvrouw. Die omschrijving werkt als een ijsbreker. Het helpt me over de drempel die ik als man in de bevallingskamer sowieso over moet. En het nadeel heeft ook zijn voordeel. In het ziekenhuis wordt vaak alleen op de zwangere vrouw gefocust, maar dat kan ik als man niet maken. Al vroeg heb ik een stijl ontwikkeld waarbij ik het paar als een team benader: zij verwachten samen een kind. Collega's klagen soms dat ik meteen dikke vriendjes met de echtgenoot ben. Beter dat dan dat hij me als een concurrent ziet.'

Sommige vrouwen voelen zich veiliger bij een mannelijke vroedvrouw, andere niet, heeft Deben geleerd. 'Het moet vooral klikken van mens tot mens. Een goede vroedvrouw heeft zowel mannelijke als vrouwelijke kwaliteiten. Je moet koelbloedigheid combineren met gevoeligheid en een flinke dosis empathie.'

In zijn 26-jarige carrière heeft Deben al meer dan vijfduizend keer de oefening gedaan. Genoeg om een trouw publiek op te bouwen. 'Sommige vrouwen raden me aan bij hun vriendinnen. Als man in dit beroep loop je sneller in de kijker. Door mijn ongewone positie moet ik me elke dag bewijzen, maar goede ervaringen doen ook sneller de ronde.'

'Ik kom uit een slagersfamilie', lacht Jo. 'Tijdens mijn opleiding verpleegkunde maakte ik voor het eerst een bevalling mee. Ik vond dat zo fascinerend, puur en krachtig dat ik meteen in de verloskamer aan de slag wou. Nu nog proef ik bij elke bevalling mee van het geluk, de ontroering en de endorfinen van de ouders.'

Toch had het niet veel gescheeld of Jo had zijn 'vrouwenberoep' niet eens mogen uitoefenen. Na een eindwerk over epidurale verdovingen wilde hij vroedkunde bijstuderen, maar anno 1980 werd hij van Genk tot Oostende geweigerd. 'Toch geen jongen in een meisjesrichting zeker! Gelukkig kon ik in Leuven aan de slag als verpleger in de bevallingskamer en via de middenjury haalde ik tenslotte toch mijn diploma. Tijdens mijn legerdienst vond ik de weg naar het militair hospitaal van Keulen. Nooit heb ik zoveel mannen zien flauwvallen. Wat een testosteronbommen! Ze probeerden zich zo wanhopig af te schermen van de stress dat ze onderuitgingen. De Portugese vroedvrouw van 1,50 meter moest ze dan naar buiten sleuren, diep zuchtend: ai ai, dat Belgische leger.'

'Vaak voelt de man angst en wil hij zijn bevallende vrouw beschermen. Maar zij kruipt in haar cocon, ze heeft het privilege hem niet bij haar pijn toe te laten. Mijn opleiding haptonomie - de wetenschap van het gevoelsleven - heeft me geleerd hoe de man meer bij de bevalling te betrekken. Haar aanraken, er zijn, actief meewerken: het verrijkt allemaal de sfeer. Sommigen vegen dat van tafel als zeemzoete ideeën, maar een nauw contact tussen man en vrouw in de bevallingskamer is van levensbelang.'

'Ik ben blij dat er steeds meer ruimte komt voor gevoelens bij de bevalling. Zo is het sinds kort verplicht om de pasgeboren baby het eerste uur op de huid van de moeder te leggen. Maar het blijft moeilijk om een bevalling in een ziekenhuisprocedure te gieten. Soms kan ik ook genieten van een hoogtechnologische geboorte: als man heb ik geen moeite met de knopjes en monitors. Maar mijn hart ligt bij natuurlijke bevallingen, waarvan het merendeel 's nachts gebeurt, als ik van dienst ben. Het heeft iets mystieks.'

Nog intenser gaat het eraan toe als Jo een bevalling doet bij de gezinnen thuis. Dat doet hij als zelfstandige vroedvrouw samen met drie gelijkgestemde, vrouwelijke collega's. 'Jammer dat de tijd daar nog niet rijp voor was toen ik mijn drie kinderen eigenhandig heb helpen geboren worden', zegt hij. 'Vandaag lopen er in het ziekenhuis steeds meer vrouwelijke geneesheren rond en dat scheelt natuurlijk. Ik kan goed met ze opschieten, maar ga niet mee de Flair lezen. Mijn wekelijks potje voetbal ontspant me meer.'

Ontelbare brieven en foto's bewijzen hoeveel Jo deelt met de paren die hij heeft helpen bevallen. 'Er was een tijd dat het knaagde als ik leeftijdsgenoten promotie zag maken. Ik ben zelf niet onambitieus en heb verschillende keren tijdelijk in een meer sturende functie gewerkt. Ook hoofdverpleger zijn lag me, maar uiteindelijk zal mijn hart altijd kloppen in de bevallingskamer.'

De Standaard Magazine, 2008-03-01

 
Geen frames zichtbaar? Klik dan hier voor de volledige website.