MoederBabyVriendelijk

MoederKind-vriendelijk label

 

In 2008 kregen we als eerste Vlaamse organisatie het Certificaat als Borstvoedingsvriendelijke organisatie. Het was voor ons niet moeilijk om dit Certificaat met vlag en wimpel te halen. Het Geboorte-Informatiecentrum is geboren uit de MoederKind-vriendelijke gedachte. In 2012 kregen wij een nieuwe evaluatie die opnieuw bekroond werd met de verlenging van het label dat ditmaal uitgebreid is met Moeder-vriendelijke regels die voor ons evident waren. De basisfilosofie  van onze praktijk en onze vroedvrouwen is het MoederKind-Vriendelijk handelen. Enkel het administratieve gedeelte vraagt wat werk.

Hieronder vind je de

De 10 Stappen van het International MotherBaby Childbirth Initiative (IMBCI)

Borstvoedingsbeleid van het Geboorte-Informatiecentrum vzw

Artikel naar aanleiding van het bekomen van het BFhI certificaat 4 jaar geleden:

 

De 10 Stappen van het International MotherBaby Childbirth Initiative (IMBCI)

 

Deze 10 stappen zijn ontwikkeld vanuit onderzoek dat aangetoond heeft welke begeleiding het veiligst en meest effectief is voor moeders en kinderen.  ”Veilig” betekent, dat de zorg die gegeven wordt, gebaseerd is op een begeleiding  die het risico van fouten en schade verkleinen en de normale fysiologie van bevallen en geboorte ondersteunen. “Effectief” houdt in dat de zorg die gegeven wordt verwachte voordelen biedt, dat het gericht is op de behoeften van de zwangere vrouw en haar baby en gebaseerd is op goed onderzoek. Veilige en effectieve zorg voor “MoederKind” geeft de best mogelijke gezondheidsresultaten en voordelen door het vermijden van onnodig gebruik van handelingen en technologie.

Het Geboorte-Informatiecentrum draagt  deze regels hoog in het vaandel.

Stap 1            Behandel iedere vrouw met respect en waardigheid:

informeer en betrek haar volledig bij het nemen van een beslissing rondom de zorg voor haarzelf en de baby, in een taal, die ze verstaat, en geef haar het recht om informatie te accepteren of te weigeren.

 

Stap 2                        Bezit en gebruik standaard kennis van de verloskunde en vaardigheden die de normale fysiologie van de zwangerschap, bevalling, geboorte, borstvoeding en de periode na de geboorte verhogen en optimaliseren.

 

Stap 3            Geef de moeder informatie over de voordelen van continue ondersteuning tijdens de bevalling en de geboorte en benadruk haar recht op steun van gezelschap van haar keuze, zoals vaders, partners, familieleden, doula’s of anderen.

Continue ondersteuning vermindert de behoefte aan pijnbestrijding, vermindert het aantal operatieve ingrepen tijdens de geboorte. De tevredenheid waarmee de moeders terugblikken op hun bevalling

zal erdoor worden verhoogd.

 

Stap 4            Bied drugsvrije comfortverhogende methoden aan die de vrouw helpen omgaan met de pijn tijdens het opvangen van de weeën en leg de voordelen daarvan uit om daarmee  een normale geboorte te begeleiden en onnodige schade te voorkomen.

Toon vrouwen ( en hun partners) hoe ze deze methoden kunnen gebruiken, zoals aanraken, masseren,

ademhalings- en ontspanningstechnieken en bevallen in water. Respecteer de voorkeuren

van de vrouwen en hun keuzes.

 

Stap 5            Zorg voor specifieke evidence-based begeleiding waarvan bewezen is dat ze de normale fysiologie van arbeid, geboorte en postpartum ondersteunen, waaronder :

• Laat de weeën zich in hun eigen “ritme” ontvouwen en vermijd ingrepen gebaseerd op vaste

tijdsgrenzen en het gebruik een partogram om de evolutie van de arbeid bij te houden.

• Bied de moeder onbeperkt toegang tot voedsel en drank aan tijdens de arbeid.

• Help haar om te lopen en zich vrij te bewegen, en help haar de verschillende houdingen die

ze wenst, aan te nemen zoals hurken, zitten of op handen en knieën en zorg dat ze hierin kan

ondersteund worden.

• ken technieken om de baby in de uterus te draaien en weet hoe je een vaginale stuitbevalling

begeleidt.

• Zorg voor direct en ononderbroken huid-op-huid contact tussen moeder en kind en, wat zo

warmte, hechting en het geven van borstvoeding stimuleert. Zorg ervoor dat MoederKind bij

elkaarkunnen blijven.

• Zorg ervoor dat de navelstreng kan uitkloppen zodat het kind de volledige stroom naar en van de

placenta kan gebruiken met zuurstof en voedselvoorziening vanuit en het afgeven van afvalstoffen

naar de placenta.

• Zorg ervoor dat de moeder volledige toegang heeft tot haar zieke of te vroeg geboren kindje, met

kangaroe-zorg en steun de moeder bij het geven van haar eigen melk (of donor

moedermelk) aan haar baby, als borstvoeding niet mogelijk is.

 

Stap 6            Voorkom eventuele schadelijke procedures en handelingen die geen wetenschappelijke basis hebben als routine tijdens een normale arbeid en geboorte.

Wanneer ze overwogen worden voor een specifieke situatie dan moet het gebruik ervan ondersteund worden door de best beschikbare evidentie dat de voordelen waarschijnlijk groter zijn dan eventuele schade en dit moet volledig met de moeder besproken worden zodat ze haar toestemming kan geven. Hierbij horen:

 

ü  Herhaaldelijke vaginaal onderzoek

ü  Strippen

ü  Kunstmatig breken van vliezen

ü  Het zetten van een “knip”

ü  Onthouden van voedsel en water

ü  De moeder in bed houden

ü  Vrouwen op de rug leggen of met de benen in de beugels (lithotomie positive)

ü  Continue elektronische monitoring van de baby

ü  Medisch ingrijpen en/of kunstmatig opwekken van de weeën

ü  Persen op commando van de zorgverlener

ü  drukken op de baarmoedertijdens het persen

ü  Uitzuigen van de pasgeboren baby

ü  Onmiddellijk doorknippen van de navelstreng

ü  Scheiden van MoederBaby

ü  Primaire sectio en repeat sectio (keizersnede)

ü  Tang- en vacuümverlossing

ü  Scheren

ü  Lavementen

ü  Vochttoediening via de aderen (intraveneus)

ü  Medicinale pijnstilling

ü  Het legen van de blaas middels een blaascatheter

ü  Manuele exploratie van de baarmoeder

 

Stap 7                        Pas maatregelen toe die het welzijn verhogen en spoedgevallen, ziekte en dood van MoederBaby voorkomen.

ü  Geef voorlichting over en toegang tot goede voeding, schoon water en een schone en veilige omgeving

ü  Geef voorlichting over en toegang tot methodes om ziektes zoals malaria, HIV/AIDS te voorkomenen te behandelen en tetanus te voorkomen

ü  Geef voorlichting over verantwoord seksueel gedrag, gezinsplanning, het recht van vrouwen om kinderen te krijgen en geef keuzemogelijkheden op het gebied van gezinsplanning

ü  Bied ondersteuning, prenataal, tijdens de geboorte, en in de zorg rond de pasgeborene die gericht is op de lichamelijke en emotionele gezondheid van MoederKind in samenhang met de gezinsrelaties en de omgeving

 

Stap 8            Zorg voor toegang tot evidence based behandelingen bij Levensbedreigende complicaties.

Zorg ervoor dat alle zorgverleners die werken met de moeders en de pasgeboren baby’s, voldoende en doorlopend getraind blijven zodat ze de noodzakelijke vaardigheden op tijd en bekwaam kunnen toepassen.

 

Stap 9            Zorg voor een samenwerking tussen alle betrokken zorgverleners, instanties en organisaties, die zich bezighouden met de zorg voor moeders en baby’s.

Betrek hierbij de traditionele geboortehelpers en anderen die bij de geboorte buiten het ziekenhuis

betrokken zijn in deze continuïteit van zorg. Vooral mensen die binnen instellingen, agentschappen en organisaties werken die moedergerichte zorg bieden moeten:

ü  samenwerken aan disciplinaire, culturele en institutionele grenzen om MoederKind de best mogelijke zorg te verlenen, met erkenning van elkanders specifieke competenties en in respect voor de verschillende visies.

ü  doorlopende zorg geven tijdens de bevalling en de geboorte aan MoederKind via een klein aantal verzorgers.

ü  Bied consultaties en zorgoverdracht aan op de juiste manier naar gepaste instellingen en specialisten.

ü  Zorg ervoor dat de moeder zich ervan bewust is welke diensten er zijn en hoe ze die kan bereiken, en welke het best zijn voor haar speciale behoeften en die van haar pasgeboren baby.

 

Stap 10          Streef ernaar om de 10 vuistregels voor een succesvolle Borstvoeding te bereiken

 

Borstvoedingsbeleid van het Geboorte-Informatiecentrum vzw

 

Visie

 

Zwangerschap en bevalling zijn natuurlijke en gezonde gebeurtenissen in het leven van een vrouw. Vanaf het prille begin zorgt een vrouw voor haar kind, geen technologie kan haar zwangerschap beter dragen. Na de geboorte zal de moeder verder voor haar kindje moeten zorgen: borstvoeding is het natuurlijke en logische gevolg op zwangerschap en geboorte.

Mits de nodige kennis en ondersteuning kunnen bijna alle vrouwen borstvoeding geven. Daarom werkt het Geboorte-Informatiecentrum gericht rond de bescherming, promotie en ondersteuning van borstvoeding volgens de 10 vuistregels van de Wereld Gezondheids-organisatie (WHO).

 

Uitwerking van de 10 vuistregels volgens het 7 Punten plan ter Bescherming, Promotie en Ondersteuning van Borstvoeding in de Maatschappelijke Gezondheidszorg

 

stap 1:           Er is een borstvoedingsbeleid op papier dat standaard bekend gemaakt wordt aan alle medewerkers.

 

Ons borstvoedingsbeleid wordt standaard bekend gemaakt aan alle betrokken medewerkers. Het ligt ter inzage in de ‘bibliotheek’ van het Geboorte-Informatiecentrum (GIC) te Geel.

Ouders kunnen dit borstvoedingsbeleid ook inkijken. Daarnaast worden ze verder geïnformeerd tijdens de prenatale consultaties, borstvoedingscursussen en na de geboorte.

De tien vuistregels hangen ook zichtbaar in het GIC.

 

Punt2:           Alle betrokken medewerkers leren de vaardigheden aan die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van dat beleid.

 

Alle medewerkers worden naar gelang hun bevoegdheid binnen het Geboorte-Informatie-centrum opgeleid rond borstvoeding:

De vroedvrouwen die werken vanuit het Geboorte-Informatiecentrum moeten na hun opleiding tot vroedvrouw de driedaagse basiscursus “Borstvoeding begeleiden: basiscursus voor de gezondheidszorg” van de WHO/ UNICEF volgen Deze cursus ook intern gegeven door Lieve Huybrechts, erkend lesgeefster rond borstvoeding van de WHO. Naar gelang hun bevoegdheid en contact met moeders worden deze medewerkers intern opgeleid. Bij borstvoedingsvragen of –problemen die buiten hun kennis en kunde vallen, kunnen zij de persoon doorsturen naar een vroedvrouw van het GIC.

Aansluitend kunnen de vroedvrouwen de opleiding volgen tot lactatiekundige als postgraduaat.

Intern en extern overleg bij borstvoedingsproblemen, bijscholingen en wetenschappelijke literatuur rond borstvoeding zorgen ervoor dat het borstvoedingsbeleid up to date blijft.

Deze bijscholingen rond borstvoeding (minstens 1x per jaar) worden voornamelijk door de vroedvrouwen gevolgd, die de nieuwe kennis en kunde verspreiden binnen het GIC.

Tijdschriften waarop de vroedvrouwen o.a. geabonneerd zijn:

–          het driemaandelijks Tijdschrift voor Vroedvrouwen van de vzw Vlaamse Organisatie van Vroedvrouwen

–          Het tijdschrift van Midwifery Today, Internationale vroedvrouwenorganisatie

Intern is er 24u/24u overleg mogelijk. Wanneer het antwoord op een borstvoedingsvraag of –probleem niet gevonden wordt binnen het GIC gaan we te rade bij externe borstvoedingsspecialisten zoals de lactatiekundige vroedvrouwen of kinderartsen uit de omgeving.

 

Punt3:           Alle zwangere cliënten worden ingelicht over het belang en de praktijk van borstvoeding geven.

 

Het Geboorte-Informatiecentrum ondersteunt het recht van alle ouders om hun eigen goed geïnformeerde keuze te maken over de voeding van hun baby. Wij steunen ouders in hun beslissingen.

Wij geloven dat borstvoeding de normale en meest gezonde manier is om je baby te voeden  en erkennen het belang van borstvoeding voor moeder en kind. Wij moedigen ouders daarom aan om hun kind borstvoeding te geven. Dit gebeurt onder andere door informatie op basis van de 10 vuistregels rond borstvoeding te verspreiden.

 

PRENATAAL

Prenatale consultatie

 

Bij de eerste consultatie krijgt de zwangere vrouw (en partner) een uitgebreide anamnese mee naar huis die ze dan (samen met haar partner) invult tegen de volgende consultatie. In deze gezondheidsvoorgeschiedenis wordt ook navraag gedaan naar welke voeding ze van plan zijn te geven en waar ze de informatie hebben verkregen om deze keuze te maken.

Tijdens elke consultatie krijgen de ouders ruim de tijd om hun vragen en bezorgdheden,  bijvoorbeeld rond borstvoeding, te bespreken met de vroedvrouw.

 

Tijdens de tweede consultatie wordt de gezondheidsvoorgeschiedenis overlopen en wordt stilgestaan bij de geplande voeding voor het kind. Wanneer ouders kiezen om geen borstvoeding te geven aan hun kind, wordt nagegaan waarop deze keuze steunt. Het belang van borstvoeding wordt met alle ouders besproken en ze krijgen de infofolder “gezonde voeding begint bij de geboorte” van de VBBB mee. De ouders worden uitgenodigd om deel te nemen aan de borstvoedingscursus van het Geboorte-Informatiecentrum.

De geplande voeding wordt in het dossier opgeschreven, en er wordt aangestipt dat er info gegeven is. Wanneer ouders de borstvoedingscursus volgen wordt dit ook genoteerd in het prenataal dossier.

 

In de loop van de volgende consultaties wordt het borstvoedingsbeleid van het GIC besproken. Afhankelijk van de reeds opgedane kennis en ervaring van de ouders wordt er dieper ingegaan op de start en werking van borstvoeding, het systeem van vraag en aanbod, de signalen van het kind, het belang van ‘rooming-in’ en de eerste week na de geboorte. De gegeven uitleg wordt genoteerd in het prenataal dossier.

Tijdens de zwangerschap wordt ook besproken naar welk ziekenhuis de ouders wensen te gaan indien er complicaties optreden. Als vroedvrouwen geven wij de voorkeur aan een Babyvriendelijk Ziekenhuis. We verduidelijken onze beweegredenen aan de ouders en leggen de verschillen tussen een Babyvriendelijk en niet-Babyvriendelijk Ziekenhuis uit.

Cursus Borstvoeding

De borstvoedingscursus van het Geboorte-Informatiecentrum (GIC) bestaat uit drie avonden van elk 2 uur. Op regelmatige basis wordt deze cursus gegeven door een van de vroedvrouwen van het GIC.

De cursus wordt zo interactief mogelijk gehouden opdat ouders optimaal zouden kunnen leren en onthouden. Er bestaat een vooropgesteld lesschema dat aangepast wordt aan de behoeften van de deelnemers. Deze behoeften worden nagegaan tijdens de eerste avond. Daarnaast wordt het belang en het proces van borstvoeding: hoe werkt borstvoeding (anatomie en fysiologie), hoe drinkt een kind goed, de start van borstvoeding… uitgelegd. De tweede avond behandelt borstvoeding in de praktijk: de eerste week na de geboorte,  borstvoedings-houdingen, de rol van de vader, borstvoeding en/ als anticonceptie,…. De derde avond draait rond borstvoeding en terug gaan werken of hoe langer thuis blijven, borstvoeding en een groter kind (vaste voeding),…. Deze laatste avond kan ook apart gevolgd worden door moeders die reeds bevallen zijn en borstvoeding geven.

We hechten veel belang aan het feit dat de partner of – indien de partner niet kan – goede vriend(in) of familielid de cursus samen met de moeder in verwachting bijwoont. Een goede ondersteuning vanuit de omgeving tijdens de borstvoedingsperiode is erg belangrijk voor het geven van borstvoeding op korte en lange termijn.

 

Er wordt met beeldmateriaal, groepsgesprekken, praktische oefeningen… gewerkt.  Ervaringsdeskundige moeders en vaders worden ook regelmatig uitgenodigd om hun ervaringen rond borstvoeding te delen met de groep.

De informatie wordt schriftelijk meegegeven in de vorm van een samenvatting van de cursus (zie bijlage “Borstvoedingscursus van het Geboorte-Informatie-centrum”). Daarnaast worden ook de folders van de VBBB “Gezonde voeding start bij de geboorte”, “Werkende/ studerende vrouwen en hun omgeving” en “Vaste voeding bij borstvoeding” en de folder “Vertrouwde kost” van de Internationale Week van de Borstvoeding 2005 verdeeld.

 

Moedergroep

De Moedergroep van het Geboorte-Informatiecentrum (zie ook punt 4) bestaat vooral uit reeds bevallen moeders en hun kind(eren). Zwangeren zijn hier ook van harte welkom.

Tijdens de consultaties en cursussen worden zwangeren uitgenodigd om de moedergroep te bezoeken. Via deze weg komen ze in contact met ervaren moeders en kunnen ze een realistisch beeld vormen van het moederschap en van borstvoeding. Ze vinden er ondersteuning, vriendschap en professionaliteit.

 

Punt4:           Vrouwen die borstvoeding geven, worden daarin gestimuleerd en ondersteund

 

“Goed begonnen is half gewonnen” en dat geldt ook voor borstvoeding. Daarom zorgen we met raad en daad ervoor dat moeder en kind na de geboorte de ruimte en tijd krijgen om elkaar te leren en kennen en te starten met borstvoeding.

Na de geboorte begeleiden we de gezinnen enkele weken thuis. Bij het afsluiten van de nazorg wordt de moeder uitgenodigd om de moedergroep te bezoeken. Zes weken na de geboorte komen moeder en kind nog eens langs op controle. Voor onbepaalde tijd na de geboorte blijven wij telefonisch bereikbaar voor onze moeders en kan – indien nodig – een individuele afspraak gemaakt worden.

 

PERINATAAL

 

Een natuurlijke arbeid en geboorte bieden de beste garanties voor een gezonde en veilige geboorte van moeder en kind. Daarom begeleiden de vroedvrouwen van het Geboorte-Informatiecentrum het geboorteproces met respect voor de vrouw en de natuur: we ondersteunen daar waar nodig is en vermijden onnodige ingrepen. Moeder en kind mogen op hun eigen ritme geboorte geven en geboren worden.

Meteen na de geboorte neemt de moeder het kind bij zich, het huid-op-huid contact wordt niet verstoord tot na de eerste borstvoeding, tenzij om dwingende medische redenen.

Na de eerste borstvoeding kan de vader het kind in zijn armen houden, kan het kind onderzocht en gewogen, en eventueel aangekleed worden.

We laten moeder en kind het eerste uur elkaar rustig verkennen en laten ze zelf de borstvoeding starten zonder hierin ‘actief  handelend’ tussen beide te komen. Een enkele keer lukt het moeder en kind niet om zelfstandig de borstvoeding te starten, dan helpt de vroedvrouw op zachte en ondersteunende wijze het kind aan de borst. Het is belangrijk dat het kind deze eerste colostrum kort na de geboorte krijgt. Indien nodig wordt er colostrum afgekolfd en met een lepeltje gegeven.

Rond de betekenis van 4de vuistregel “Moeders worden binnen 1 uur na de bevalling geholpen met borstvoeding geven” heeft vroedvrouw Lieve Huybrechts van het GIC een lezing gegeven aan vroedvrouwen tijdens de studiedag van het NVKVV te Tielen in 2003 (zie bijlage).

Wanneer het kind de borst gevonden heeft, observeren we de voeding, we overlopen samen met de vrouw de signalen die het kind gegeven heeft en leggen haar uit telkens de borst aan te bieden wanneer het kind hierom vraagt, het principe van vraag en aanbod. De vroedvrouw ziet erop toe dat de moeder haar kind in een goede houding aanlegt en geeft tips en adviezen.

 

POSTNATAAL

Nazorg

De vroedvrouwen van het GIC verzorgen de nazorg bij vrouwen die thuis of poliklinisch bevallen. De eerste vijf dagen na de geboorte maakt de vroedvrouw dagelijks een uur vrij om moeder en kind thuis te begeleiden. Rond de achtste en vijftiende dag komt de vroedvrouw nogmaals op visite. Daarna wordt nog een afspraak gemaakt voor een controle op zes weken na de geboorte in het Geboorte-Informatiecentrum. Bij problemen of nood aan extra zorg wordt uiteraard  van dit standaard pad afgeweken.

 

Tijdens de nazorgen wordt er ruim de tijd genomen om de borstvoeding te evalueren. De bevindingen worden genoteerd op het postnataal opvolgblad van moeder en kind dat bij hen thuis blijft tot het einde van de nazorg. Wanneer de nazorg wordt overgedragen naar een collega vroedvrouw, wordt deze op de hoogte gebracht van hoe het met het kersverse gezin gaat (en dus ook hoe de borstvoeding verloopt).

Tijdens de nazorgen worden volgende items geëvalueerd en uitgelegd:

ü  signalen van het kind

ü  vraag en aanbod

ü  hoe drinkt je kind goed aan de borst

ü  hoe weet je dat je kind voldoende melk drinkt

ü  stuwing en tips om ermee om te gaan

ü  verschillende houdingen

ü  borstvoeding & anticonceptie

ü  borstvoeding & werk/ studies (6weken controle)

ü  borstvoeding voor een groter kind (6weken controle)

 

Borstvoedingsbegeleiding bij problemen

Bij problematische borstvoedingen gebruiken we een opvolgingsblad specifiek voor borstvoeding (zie bijlage). Door middel van een grondige anamnese wordt de situatie geëvalueerd en wordt een actieplan gestart . Dit wordt genoteerd op het opvolgingsblad, waar de ouders zelf ook dagelijks gegevens mogen opschrijven.

Hoe borstvoedingsproblemen worden voorkomen en opgelost, wordt verder besproken in het hoofdstuk C “Preventie en oplossen van problemen”.

 

Moedergroep

De Moedergroep van het Geboorte-Informatiecentrum is een groep voor en door moeders. Elke donderdagmiddag van 10 tot 13u komen moeders met hun kinderen samen in het GIC om hun ervaringen en vragen te delen bij een hapje en een drankje. Om de kosten van de huur, drank en eten te dragen wordt een bijdrage van 5€ (indien lid van het GIC) of 7,5€ (geen lid) gevraagd per moedergroep.

Deze moedergroepen worden geleid door een team van “leading mommies” die om de beurt een moedergroep op zich nemen, dit betekent dat ze de zorg voor het lokaal, de drankjes en hapjes, en de ontvangst van nieuwkomers op zich neemt. Samen met de vroedvrouwen die regelmatig binnenspringen om mee te genieten van de moedergroep, zien de “leading mommies” erop toe dat er correcte informatie rond borstvoeding wordt verspreid. Ze hebben intern de basiscursus “Borstvoeding begeleiden: basiscursus voor de gezondheidszorg” van de WHO/ UNICEF gevolgd.

 

Punt5:            Aan vrouwen die borstvoeding geven, wordt uitgelegd dat het kind tot de leeftijd van ongeveer zes maanden over het algemeen geen andere voeding nodig heeft dan moedermelk en dat de borstvoeding gecombineerd met andere voedingsmiddelen, daarna kan doorgaan zolang moeder en kind dat wensen.

 

Deze informatie wordt standaard gegeven wanneer er informatie wordt gegeven over (het belang van) borstvoeding. Dit gebeurt tijdens de prenatale consultaties, de borstvoedings-cursussen, postnatale begeleidingen…

Ouders worden hierin met woord en daad bevestigd tijdens hun bezoeken aan de moedergroep. De moedergroep vormt een bron van bevestiging voor borstvoedende moeders en betekent voor hen een grote steun tegenover negatieve kritieken uit de omgeving.

 

 

Punt6:           Er wordt voorlichting gegeven over de mogelijkheden van het combineren van borstvoeding met werk (of studie) buitenshuis.

 

Tijdens de controle zes weken na de geboorte wordt dit item besproken. Vaak is dit al eerder aan bod gekomen tijdens de borstvoedingscursus of wanneer ouders hier specifiek achter vragen tijdens de prenatale consultaties. Er wordt ook regelmatig verwezen naar de babyvriendelijke website www.borstvoeding.com. Ook in moedergroep kunnen ouders met vragen rond borstvoeding en werk terecht.

 

Punt7:           Er worden contacten onderhouden met andere organisaties en zorgverleners verwijzen ouders door naar borstvoedingsorganisaties.

 

Zelfstandige vroedvrouwen www.vlov.be

Borstvoedingsorganisaties www.borstvoeding.com

La Leche league: www.lalecheleague.be

Vzw borstvoeding: http://www.borstvoedingvzw.be/

Verebiging Begeleiding en Bevordering van Borstvoeding : vbbb.be

Lactatiekundige vroedvrouwen www.vlov.be

Lactatiekundige kinderarts

Stevens Greet (Kinderarts, Lactatiekundige IBCLC)

Zelfstandige praktijk Mechelen, Paola Kinderziekenhuis (voor afspr 03 280 30 03 ) ,

VUB Jette (voor afspr 02 477 60 61)

Beekstraat 42, 2800 Mechelen

Tel : 015 33 01 20

 

C.        Preventie en oplossen van problemen

 

Preventie

Een goede start van de borstvoeding meteen na de geboorte is bepalend voor het verdere verloop. Daarom krijgen moeder en kind meteen na de geboorte alle kansen om de borstvoeding te starten. Hierbij let de vroedvrouw op de aanleghouding en drinktechniek van het kind, en legt deze uit aan de moeder.

Om borstvoedingsproblemen te voorkomen raden we vrouwen aan te voeden op vraag. Dit betekent dat:

–          vrouwen de signalen van hun kind begrijpen

–          moeder en kind best dag en nacht bij elkaar zijn zodat de signalen van het kind op tijd herkend worden.

Onder het motto “9 maanden in de buik, 9 maanden op de buik” moedigen we ouders aan om samen met hun kind te slapen (samen in bed of in dezelfde kamer) en overdag het kind zoveel mogelijk dicht bij zich te houden, bijvoorbeeld in een draagdoek.

Is dit niet mogelijk moet een andere persoon over het kind waken en bij hongersignalen het kind naar de moeder (of de moeder naar het kind) brengen voor de borstvoeding.

–          het geven van andere voeding dan borstvoeding ten sterkste vermeden dient te worden, tenzij op medische indicatie. Onnodige supplementen verstoren het systeem van vraag en aanbod bij borstvoeding.

–          we aanraden om geen  speentje te geven: het verdoezelt de hongersignalen en kan tepel-speenverwarring bij het kindje veroorzaken met allerlei problemen tot gevolg. “Het nut van een tut” wordt besproken met de ouders. Belangrijke vragen waarrond we ouders laten stilstaan zijn: waarom geven ouders een tut en is dit in het belang van het kind?

 

 

Borstvoedingsproblemen oplossen

Stuwing

Moeders krijgen last van stuwing wanneer het aanbod aan moedermelk groter is dan de vraag, de borsten zijn vol en gespannen en voelen beter nadat het kind gedronken heeft. Stuwing is een typisch verschijnsel tijdens de eerste week na de geboorte, als reactie op de geboorte van het kind, zorgt het lichaam na enkele dagen voor een overgang van het ‘gele’ colostrum naar ‘witte’ moedermelk. Tijdens deze overgang zal de moeder stuwing ervaren.

Bij stuwing adviseren we de moeder verder op vraag haar kind aan te leggen. Vaak zie je ook dat het kind rond de periode van stuwing vaker wil drinken, het kind helpt de moeder om te gaan met stuwing.

Vóór de voeding kan de moeder warmte aanbrengen op haar borsten ter ontspanning (vb kersenpittenkussen, warme handen, bad),  ze kan haar borsten ook masseren (het mag geen pijn doen) om de melk makkelijker te laten toestromen.

Wanneer het tepelhof zelf erg gespannen of oedemateus is, kan de moeder het tepelhof best masseren zodat het terug soepel wordt en het kind vlot kan toehappen. Voor de massage van borst en tepelhof zie www.borstvoeding.com

 

Van pathologische stuwing is sprake wanneer de borsten keihard aanvoelen (geen putje in te duwen), de moeder een verhoogde temperatuur krijgt en zich grieperig voelt. Wanneer, nadat het kind gedronken heeft, de borst nog steeds hard en vol aanvoelt, kolft de moeder deze borst best eenmalig af zodat de melkgangen goed geledigd zijn. Anders loopt een vrouw bij pathologische stuwing en inefficiënte lediging het risico dat (een deel van) het melkklierweefsel afsterft door de melkstase.

 

 

Oplossen van problemen

Kloven

Kloven kunnen ontstaan waneer het kind fout drinkt aan de borst. De vroedvrouw zal de achterliggende oorzaak van dit probleem trachten te achterhalen, zoals: een verkeerde aanleghouding, tepel-speen-verwarring, een slaperig kind of kind dat geen honger heeft doordat op tijd en schema gevoed wordt….

De moeder blijft best verder voeden op vraag, de voedingstijd limiteren kan het probleem verergeren. Een goede aanleghouding en drinktechniek zijn onontbeerlijk. De moeder kan eventueel tijdelijk afkolven en de moedermelk per cupje geven aan haar kind. Dit wordt enkel gedaan wanneer de moeder het voeden te pijnlijk vindt en de voorkeur geeft aan tijdelijk afkolven.

 

Spruw

Bij spruw hebben moeder en/of kind last van een schimmelinfectie, candida albicans. Bij de moeder kan dit zich uiten in een diep indringende pijn die stekend en branderig voelt tijdens en na de voeding, ook wanneer het kind juist aan de borst drinkt. De tepel kan er normaal uitzien of rood geïrriteerd, soms zijn er schilfers zichtbaar. Tekens van een schimmelinfectie bij het kind kunnen zijn: witte plekjes in de mond (die niet weggeveegd kunnen worden), luieruitslag, een hongerig kind dat toehapt aan de borst maar na enkele slokken terug loslaat en pijnlijk schreit.

Sommige vrouwen zijn gevoelig voor schimmels (hebben bijvoorbeeld in het verleden regelmatig vaginale schimmelinfecties gehad). De schimmel zit in hun lichaam en kan zich manifesteren op een moment van verminderde immuniteit, bijvoorbeeld na een antibiotica-kuur, stressvolle periode en bij hoge (geraffineerde) suikerinname bij de moeder.

 

Wanneer een schimmelinfectie wordt vastgesteld, kan de moeder kiezen op welke manier ze deze wil behandelen. Ze kan een klassieke schimmeldodende zalf gebruiken, bijvoorbeeld orale Dactarinzalf na elke voeding aanbrengen op de tepel en in het mondje van het kind (bij uitslag ook op de billetjes).

Daarnaast kan de vrouw haar borsten ook verzorgen met een mengsel van kamillethee (1 kop) en calendulatinctuur (10 druppels), na elke voeding tepel en mondje van het kind bestrijken met de oplossing. De behandeling moet voortgezet worden tot 10 dagen na het verdwijnen van de symptomen. De moeder kan ondertussen ook een schimmeldodende thee drinken, Pau d’ Arco thee 2 à 3 tassen per dag. Verder dient de moeder ook te letten op haar voeding: geraffineerde suikers vermijden, en extra vitamine C en look innemen ter bevordering van de weerstand.

 

Het kind blijft gedurende de behandeling drinken aan de borst, een goede aanleghouding blijft belangrijk. Wanneer de moeder het aanleggen te pijnlijk vindt – ondanks het goed aanleggen en drinken van het kind – raden we haar aan tijdelijk af te kolven en deze melk met een bekertje te geven. Het kind wordt regelmatig terug aangelegd.

 

Melkproductieproblemen

Te weinig of teveel melkproductie, bij een moeder met dit probleem moet de eerste vraag zijn: waarom denk je dat je te weinig/ teveel melk hebt?  Vaak ligt het probleem ergens anders, bijvoorbeeld een groeispurt, krampjes…

 

Bij een te grote melkproductie wordt gezocht naar eventuele oorzaken: de moeder kolft extra melk af, gebruikt veel melkproductiebevorderende producten (venkel, dille, anijs, fenegriek…). Afhankelijk van de mogelijke oorzaak wordt een passende oplossing gezocht, het kind blijft op vraag gevoed worden.

Te weinig melkproductie kan veroorzaakt worden door:

–          niet efficiënt drinken van het kind ® aanleghouding en drinktechniek observeren en eventueel verbeteren, wordt op vraag gevoed, begrijpt de moeder de hongersignalen van haar kind?

–          spanning en stress hebben een negatieve invloed op de borstvoeding ® samen met de vrouw onderzoeken van waar de stress komt en hoe ze hiermee kan omgaan

–          bijvoeding ® de meeste kinderen hebben geen bijvoeding nodig, indien er geen medische indicatie voor bijvoeding is, kan de bijvoeding gestopt worden en het kind op vraag gevoed worden. Het kind zal dan vaker aan de borst komen drinken en de moeder kan ook spontaan vaker de borst aanbieden. Eventueel kan wat extra afkolven helpen voor een snelle productieverhoging

–          roken en alcoholgebruik werken negatief in op hormoonhuishouding ® dit bespreken met de moeder

–          salie remt de melkproductie af ®  dit product vermijden

–          borstverkleining in anamnese: afhankelijk van de techniek kan (een deel van) het klierweefsel beschadigd zijn waardoor de melkproductie niet optimaal kan zijn. Deze moeders kunnen de borstvoeding aanvullen met kunstvoeding of donor-moedermelk (zie nota) via een borstvoedingshulpset.

–          …

 

NOTA: Het Geboorte-Informatiecentrum geniet een brede kring van borstvoedende moeders die voor elkaar in de bres springen bij problemen en hun moedermelk graag delen met behoeftigen. Zo kunnen kinderen die tijdelijk geen moedermelk van hun eigen moeder kunnen krijgen, genieten van moedermelk van andere moeders. Deze moedermelk, al is het dan van een andere moeder, is gezonder dan kunstvoeding. De moeders die hun melk afstaan zijn uiteraard HIV-negatief.

 

Verstopt melkkanaaltje

Wanneer de melk niet goed stroomt in een gedeelte van de borst, kan er een stopje van vette melk ontstaan dat het melkkanaal afsluit, er ontstaat dan een (pijnlijke) harde plek in de borst.

Onvoldoende doorstroming kan het gevolg zijn van het stellen van limieten bij het voeden, foute drinktechniek of plaatselijke druk (door te strakke kledij, drukkende vinger in de borst).

Voeden op vraag, juiste aanleghouding en drinktechniek en het voorkomen van plaatselijke druk op de borst zijn de eerste stappen in de oplossing. Het kind met de kin aan de kant van de harde plek aanleggen zorgt voor extra stimulatie van het verstopt melkkanaaltje waardoor de ‘verstopping’ wordt weggedronken. Voor de voeding kan ook warmte aangebracht worden op de pijnlijke plek en de moeder kan voor en tijdens het voeden de harde plek zachtjes masseren richting tepel.

 

Borstontsteking

Wanneer er op een verstopt melkkanaaltje niet adequaat gereageerd wordt, of bij ernstige stuwing, kan een borstontsteking ontstaan.  De borst zal (gedeeltelijk) pijnlijk, warm en hard zijn. De moeder voelt zich grieperig en heeft koorts.

Bij een borstontsteking adviseren we de moeder om samen met haar kind in bed te kruipen en haar kind bij elk hongersignaal te laten eten. De aanleghouding wordt opnieuw geëvalueerd en de moeder kan eerst de pijnlijke borst geven. De adviezen bij een verstopt melkkanaaltje zijn hier ook van toepassing. De moeder kan eventueel pijnstillers nemen, antibiotica helpen hier niet. Bij goede verzorging is er binnen de 24u verbetering merkbaar.

Borstvoeding en speciale situaties

 

In het Geboorte-Informatiecentrum werken de vroedvrouwen volgens de Nederlandse Verloskundige Indicatielijst. Deze lijst geeft onder andere aan wanneer de vrouw in het ziekenhuis moet bevallen. Premature geboorte, keizersnede en de geboorte van een meerling moeten plaatsvinden in het ziekenhuis. In de thuissituatie zullen deze geboortes dus uiterst zelden voorkomen.

We vinden het wel belangrijk dat ouders op de hoogte zijn van het verloop van borstvoeding in deze speciale situaties. Deze uitleg wordt standaard gegeven tijdens de Borstvoedingscursus van het GIC (zie bijlage).

 

Premature geboorte

Een premature geboorte overvalt de zwangere vrouw vaak ‘dit hadden ze nu nog niet verwacht, de baby komt te vroeg’. De geboorte mag vóór 37 weken zwangerschap niet thuis doorgaan, op dat moment moeten de ouders naar een ziekenhuis gaan.

Omdat zo’n moment erg hectisch kan zijn, wordt tijdens de zwangerschapsconsultaties bij de vroedvrouw besproken naar welk ziekenhuis de ouders wensen te gaan indien complicaties optreden. Als vroedvrouwen geven wij de voorkeur aan een Babyvriendelijk Ziekenhuis, we verduidelijken onze beweegredenen aan de ouders en leggen de verschillen tussen een Babyvriendelijk en niet-Babyvriendelijk Ziekenhuis uit. Het is erg belangrijk dat ouders deze verschillen tussen ziekenhuizen begrijpen, het kan een wereld van verschil uitmaken naar de geboorte en borstvoeding toe.

 

‘Borstvoeding aan een prematuur geboren kind’ is een thema dat besproken wordt tijdens de derde avond van de Borstvoedingscursus van het GIC.

 

Keizersnede

Een keizersnede kan gepland zijn, of in spoed gebeuren. Moeders die op voorhand weten dat ze een keizersnede zullen krijgen, worden geïnformeerd over het belang voor het kind om zelf de dag van geboorte te mogen kiezen. Het kind speelt zelf een belandrijke rol in de initiatie van de arbeid. Het kind bereidt zich dan ook psychische en lichamelijk voor op de geboorte en heeft daardoor een betere uitkomst. Een gezond kind is belangrijk voor een goede start van borstvoeding. Moeder en kind dienen zo snel mogelijk na de bevalling herenigd te worden.

De vroedvrouwen geven deze uitleg, en raden vrouwen aan de keizersnede te laten uitvoeren in een Babyvriendelijk ziekenhuis. In overleg met de gynaecoloog kan de vroedvrouw aanwezig zijn tijdens de keizersnede en de stem van moeder en kind vorm geven.

 

Wanneer tijdens een thuisbevalling complicaties optreden, moet de moeder doorgestuurd worden naar het ziekenhuis. Omwille van het continuïteitsprincipe van onze zorg begeleidt de vroedvrouw het koppel verder in het ziekenhuis, in de mate dat het door het ziekenhuis(personeel) wordt toegelaten. Ook hier speelt de vroedvrouw de rol van advocate voor moeder en kind.

 

Tijdens de Borstvoedingscursus van het Geboorte-informatiecentrum wordt ‘borstvoeding en keizersnede’ ook besproken binnen het thema ‘borstvoeding en speciale situaties’.

 

Meerling

De vroedvrouwen van het Geboorte-informatiecentrum begeleiden regelmatig ook moeders die zwanger zijn van een meerling, in overleg met de gynaecoloog. Deze vrouwen krijgen, net als eenling-moeders, uitleg over het belang van borstvoeding voor moeder en kind en de fysiologie van borstvoeding. Verder wordt borstvoeding in hun specifieke situatie besproken.

Ze krijgen ook de kans om in contact te komen met bevallen meerling-moeders. Afhankelijk van de vraag, kan er een thema-avond rond meerlingen georganiseerd worden, waarin ook het aspect borstvoeding besproken wordt.

Op vraag van de cursisten, wordt borstvoeding aan een meerling besproken tijdens de Borstvoedingscursus van het Geboorte-informatiecentrum. Tijdens deze cursus krijgen de deelnemers sowieso foto’s van tweelingen aan de borst te zien, zodat ze weten dat dit ook ‘mogelijk’ is.

 

Artikel naar aanleiding van het bekomen van het BFhI certificaat 4 jaar geleden:

Met veel fierheid hebben wij op 22 mei 2008 als eerste Vlaamse organisatie het  label van ‘Borstvoedingsvriendelijke organisatie’ in ontvangst mogen nemen uit de handen van Katrien Verhegge administrateur-generaal van Kind en Gezin.

Internationaal bestaat er reeds lang het ‘babyvriendelijk ziekenhuis initiatief’ en 2 jaar geleden kregen de eerste 7 ziekenhuizen in België dit label. Dit jaar in april werden er weer 7 ziekenhuizen bekroond. In navolging hierop werkte vzw De Bakermat op basis van de internationale criteria van UNICEF en de Wereldgezondheidsorganisatie een certificaat ‘Borstvoedingsvriendelijke Organisatie’ uit, naar analogie met eerdere initiatieven in o.a. het Verenigd Koninkrijk en Nederland.

Voor ons wat het helemaal niet moeilijk om het label te behalen: het GIC is immers borstvoedingsvriendelijk geboren! Het begin hiervan ligt 29 jaar geleden toen ik afstudeerde als vroedvrouw. De kunstvoeding had borstvoeding bijna helemaal van de kaart geveegd. Gelukkig had ik tijdens mijn opleiding les gekregen van een vroedvrouw, Marthe, die op een half uur tijd het vlammetje voor borstvoeding in mij ontstoken had. Veel langer kregen wij geen les hierover (wel twee dagen over kunstvoeding), maar in dat half uur wist zij mij te raken met haar bezieling over het belang van borstvoeding. De praktijken rondom borstvoeding waren toen ronduit bedroevend: kinderen werden onmiddellijk van de moeder weggenomen, ze kregen standaard suikerwater en de moeders kregen de boodschap dat ze de eerste drie dagen geen melk hadden en dus moesten starten met kunstvoeding. De derde dag, wanneer ze stuwing kregen ‘mochten’ ze hun kindje aanleggen dat daartegen al een behoorlijke tepel-speen verwarring had opgelopen. Een goed begin dus van een eindeloze reeks problemen met borstvoeding waardoor de moeders snel ontmoedigd waren en meestal met volledig flesvoeding naar huis gingen.

Toen kreeg ikzelf mijn oudste zoon. Voor die tijd heb ik het flink gedaan, ik gaf hem wel zes weken borstvoeding. Daarna liep het op de klippen, en heb ik tranen met tuiten gehuild. Dat was de start van mijn zoektocht naar meer kennis over borstvoeding. Ik wilde het bij mijn volgende kinderen beter doen en ik voelde mij als vroedvrouw verplicht om vrouwen beter te kunnen begeleiden.

In die tijd werd vzwBorstvoeding opgericht en ik ging samen met Jef en Bart met openbaar vervoer naar Aalst om de stichtingsvergadering bij te wonen. Daar werd ik gelijk gebombardeerd tot contactmoeder voor andere vrouwen! Ik kreeg zelf ook een contactmoeder toegewezen waar ik naar kon bellen met vragen. Ik moet zeggen dat dit mij enorm heeft geholpen. Mijn volgende twee zonen hebben 8 en 9 maanden borstvoeding gekregen, wat voor die tijd een marathon was. Ik werd gelijk in de ‘alternatieve’ hoek geplaatst. Spontaan ontstond er in mijn living een keer per maand een moedergroep, waar zwangeren en bevallen moeders samen kwamen om informatie te delen over borstvoeding en ervaringen uit te wisselen.
Dan werd VBBB opgericht en de doelstelling van deze organisatie was om niet alleen met moeders te begeleiden, maar om ook de mensen die  moeders moesten begeleiden bewust te maken dat er wel een en ander misliep met de begeleiding van borstvoeding, door gebrek aan kennis en het bestaan van veel mythen en sagen hier rond. Een volgende doelstelling was ook om de regering aan te spreken om hun verantwoordelijkheid op te nemen.
7 jaar heb ik samen met Els Flies van VBBB de 18 uren basiscursus van de WGO gegeven in ziekenhuizen over heel Vlaanderen.

In 1999 maakte ik de sprong naar zelfstandigheid om meer vrijheid te hebben om moeders te begeleiden volgens de inzichten die ik door de jaren verworven had. Samen met Katherine Vanhoof en Sandra Prenen, ook gedreven in hun doel om borstvoedende moeders te helpen richtten wij het Geboorte-Informatiecentrum op en werd mijn moedergroep daarheen verplaatst. Die gaat nu wekelijks door. Telkens als er iemand nieuw in het GIC komt werken zijn het mensen die gemakkelijk te motiveren zijn om zich bij te scholen. Daardoor blijft het kennisniveau rond borstvoeding hoog. De moeders en hun kindjes zijn onze grootste motivatie. Hun kracht en doorzettingsvermogen spoort ons nog dagelijks aan om op zoek te gaan naar meer kennis om hen goed te begeleiden.

Ik was blij toen ik een paar jaar geleden hoorde van het initiatief van de Bakermat om naast het Babyvriendelijk ziekenhuis initiatief ook een label uit te werken voor borstvoedingsvriendelijke organisaties en we waren er als de kippen bij om ons kandidaat te stellen. Het grootste werk dt we hebben gehad om in orde te komen voor de evaluatie was ons beleid op papier te zetten en de cijfers over start en duur van borstvoeding op een rijtje te zetten.

Het paradepaardje van onze organisatie is nog steeds de moedergroep die dus al meer dan 20 jaar bestaat en nog steeds druk bezocht wordt. Wij hebben een grote groep vrijwilligers rondom ons en een fijne sfeer in het GIC. Heel mooie verhalen kunnen we vertellen van wat vrouwen voor elkaar kunnen betekenen. Verschillende vriendschappen tussen gezinnen zijn ontstaan in de moedergroep.

Heel veel steun krijgen we met het GIC van de mensen rondom ons: onze ouders , echtgenoten, maar het zijn vooral de vrouwen die ons laten zien waar hun kracht ligt. Vrouwen kunnen nog steeds hun kind op de wereld zetten en borstvoeding geven!

Ik ben fier op ons team, op de gezinnen die beroep op ons doen. Het is fijn dat we een label krijgen voor wat we van nature uit zijn. Het is iets wat in ons leeft en wat ons weinig moeite kost. Het is een erkenning van het wezen van het GIC!

Het label is niet een einde, maar een aanmoediging om verder te gaan met de dingen waar we in geloven. Ik heb nog veel  dromen:

ü  25 jaar geleden twijfelde iedereen eraan of vrouwen wel borstvoeding konden geven, nu begint het geloof hierin terug te keren.
Op dit moment is door de medicalisering de kennis rondom een normale geboorte zo goed als verdwenen. Mijn droom is dat elke vrouw terug een begeleiding krijgt door mensen die in haar en haar kind vertrouwen, zodat ouders zonder interventies en op eigen kracht hun kind op de wereld kunnen zetten. Op dit moment is dit nog ‘alternatief’. Ik zie het ooit nog terug normaal worden.

ü  Ik droom van sterke vroedvrouwen die hun plaats in de maatschappij terug innemen met moeder en kind als middelpunt. Er verandert op het moment veel in de goede richting. Ik vermoed dat we hierop geen 25 jaar meer moeten wachten J

ü  Ik droom ervan dat het borstvoedingsvriendelijk label  overbodig wordt omdat de maatschappij moeder- babyvriendelijk is.

Lieve

 

 

Comments are closed.